donderdag 31 juli 2008
ultralicht karpervissen
maandag 21 juli 2008
modebewust
Een boekje dat ik als kind echt stukgelezen heb is '200 karpertips' van Dick Langhenkel en Nico de Boer. Het werd uitgegeven in mijn geboortejaar, en het heeft een aantal herdrukken gehad. Het boekje van toen heb ik helaas niet meer, maar niet zo lang geleden heb ik, via het onvolprezen marktplaats, een nieuw exemplaar weten te vinden.
Vorige week was ik even bij mijn goede vriend de hengelsportwinkelier. Naast het pakje speldwartels dat ik nodig had legde hij een molentje neer. "Jij houdt toch van die ouwe rommel? Hier, mag je hebben." Ik had niet eens gezien dat het een oud molentje was, zo goed zag het er nog uit. Een shakespeare 2210, waarop trots vermeld staat dat er een kogellager in zit. Zo te zien is het ding nooit gebruikt, wat betekent dat hij nog zo 30 jaar mee kan.
Thuisgekomen realiseerde ik me opeens dat ik nu een plaatje compleet had, maar ik moest even denken wat dat precies was. Toen ik het ding bij de andere molens zette wist ik het opeens: in het boek van Langhenkel en De Boer staan verschillende molens afgebeeld, met de opmerking erbij dat dat molens zijn "die door hun uitvoering en slip u niet zullen teleurstellen". Alle molens op de foto heb ik nu in huis, zij het in soms een iets afwijkende uitvoering.
Beweren dat ik ongevoelig ben voor reclameboodschappen zal ik nooit meer doen, ik loop gewoon 30 jaar achter...

zaterdag 19 juli 2008
Herbouw van de Fair Play deel 2
Het was beestenweer vandaag. Beestenweer, en ik had griep. Niet bepaald een combinatie die een visdag vooraf al geslaagd maken, wat mij betreft. Gelukkig had ik nog meer te doen, en ik had al eens gezegd dat ik erover schrijven zou. Bij deze een verslagje van wat restaureerwerk aan mijn oude Fair Play karperhengel.
Allereerst wil ik een zijstraat bewandelen, en Joop uit Woerden bedanken. Hij benaderde mij met de mededeling dat hij nog wel wat oude lichtgewicht ogen had, en dat ik ze krijgen kon wanneer ik interesse had. Die interesse was er uiteraard, maar helaas waren de ogen die Joop in de aanbieding had wat te klein voor een hengel die door John Schreiner werd aangeduid als "een zware stok". Joop, ontzettend bedankt voor het aanbod, en voor de interesse die je toont in mijn pogingen hengels op te knappen en vis te vangen. Zodra de omstandigheden het toelaten gaan we samen de polder in.
Terug naar de hengel: die heb ik vorige week van alle ogen en wikkelingen ontdaan, nadat ik natuurlijk goed had gedocumenteerd waar ze zich bevonden. Daarna is de lak verwijderd, en de kale hengel (de "blank") geschuurd met zeer fijn watervast schuurpapier. In de avonduren heb ik het topdeel voorzien van drie nieuwe lagen lak. De lak die ik gebruik is Ruwa jachtlak. Niet iedere moderne hengelbouwer is er wild van, maar voor een restauratieklus vind ik het eigenlijk wel gepast om te werken met een dergelijke ouderwetse één-componentenlak. Het lakken doe ik met mijn vinger, vandaar dat ik er geen foto van heb.
Het resultaat van een aantal lagen lak is goed zichtbaar als je het gelakte deel naast het nog ongelakte deel ziet: de kleur is veel dieper en donkerder, en je ziet veel meer details van de glasvezelmat waaruit de hengel is opgebouwd.
De taille van een Fair Play is een beetje het herkenningspunt van iedere hengel uit de stal van Schreiner. Die taille is een deel van de hengel, net boven de handgreep, dat brons-, zilver- of goudkleurig is. Bij deze hengel was het nogal de vraag of het nou goud of zilver was, maar voorzichtig peuteren leerde me dat het toch echt zilver was, met een dikke laag vergeelde lak erbovenop.
De taille is niet eens zo heel moeilijk aan te brengen. Het is verf, in plaats van een transfer, dus zelfs ik kon een nieuwe maken. Voor de zekerheid heb ik wel eerst een kunststofprimer gebruikt, omdat ik niet het risico wilde lopen mijn hengel op te lossen...
Vanavond heb ik alvast wat wikkelingen gemaakt, en ogen opgezet. De wikkelingen bij de bussen waren dubbel uitgevoerd. Ik vermoed dat dat vooral was om ze goed aan te laten sluiten, en niet om de stevigheid. In ieder geval zit er weer een dubbele wikkeling op, hij was er vast niet voor niets. De volgende keer is in ieder geval het topdeel af, en hoop ik van John Schreiner nog iets losgepeuterd te hebben.
maandag 14 juli 2008
ultralicht de polder in

Aangestoken door de vele positieve verhalen op de sites van andere Lichtervissers heb ik vorig jaar een ultralicht spinhengeltje gebouwd. Met dat hengeltje heb ik al verschillende keren gevist, maar nog niet zo als eigenlijk de bedoeling is: met een heel klein spinnertje, en een enkel loodhageltje ervoor. Nu ik het wel gedaan heb kan ik alleen concluderen dat ik al jarenlang stelselmatig een ontzettend leuke manier van vissen links heb laten liggen!
Vrijdagavond moest ik er even op uit. Alle restauratiewerkzaamheden zijn natuurlijk ontzettend leuk, maar als je niet af en toe gaat vissen loop je volgens mij het risico de hoofdzaak, het vissen, uit het oog te verliezen. Voor het vissen op karper had ik wat te weinig tijd, en eigenlijk had ik ook wel zin in een beetje activiteit. Bij het opruimen van mijn visspullen vond ik een aantal heel kleine spinnertjes terug, en de doorslag werd gegeven door het lezen van wat werk van Jan Schreiner, de grootste promotor van het vissen met heel licht materiaal. Zoals hij het omschreef zou ik het ook eens gaan proberen. Het weer was bijna perfect: een beetje winderig misschien, maar het was droog, en zelfs de zon deed nog mee.

Een vliegje is snel gebonden, en maakt het spinnertje "af".
Het werpen van een spinnertje met een bladmaat van slechts 25 millimeter, zonder verzwaring om de as, maar met een klein loodhageltje ervoor valt met het juiste materiaal nog best mee. Je hoeft geen enorme afstanden te verwachten, maar die zijn in de gemiddelde polder ook nergens voor nodig. Het is juist de kunst op het dingetje zonder al te veel geplons precies op de goede plaats te krijgen, en dan zodanig dat het blaadje al draait als het spul te water is. Met een beetje oefening gaat dat prima, en na een beetje proberen zocht ik een watertje uit dat voldeed aan mijn eisen: een licht windje in de rug, weinig kabbel en genoeg plekken waar een grote baars zich zou kunnen verstoppen. De omgeving werkte zeker mee aan het gevoel: een in onbruik geraakt sluisje, een paar bruggetjes en vooral veel groen en rust om me heen.

Of de baarzen wisten dat ik nog over de streep getrokken moest worden zullen we nooit weten, maar ze deden er alles aan om mijn enthousiasme alleen maar te vergroten. In het eerste half uur was het spinnertje bijna iedere worp wel een keer het slachtoffer van een frontale aanval. De meeste aanvallen waren op het draaiende blad, en niet op de haak, maar een viertal baarsjes was toch te gretig geweest. De grootste zal net de maat hebben gehaald, maar op zo'n licht sprietje heb je er al een hele vis aan. Het viel me op dat de baarzen vechten als forellen. Heel snel en zenuwachtig; één sprong zelfs het water uit. Ook de ruisvoorns, toch bekend als vredelievende beestjes, kunnen een klein spinnertje niet met rust laten. Ze leken vooral schijnaanvallen uit te voeren, maar spannend was het wel.

Een tweetal snoeken maakte het verhaal compleet. De eerste heb ik maar even mogen zien, ik vergat gewoon te slaan, zo verbaasd was ik dat een vis van bijna 60 geschatte centimeters zo'n klein kunstaasje zou grijpen. De tweede heb ik laten gaan, omdat ik niet goed bij de kant kon komen om de vis te pakken. Het viel me op dat beide vissen de spinner heel voorzichtig grepen, heel anders dan ik gewend ben met veel groter kunstaas. De reactie op het gevoel vast te zitten aan "iets" blijft echter gelijk. Een maatsnoekje kan heel gekke dingen doen aan een superlicht hengeltje.
Ik ben dus verkocht, of verloren, hoe je het noemen wilt. Zaterdagavond ben ik er weer op uit gegaan, en ook gisteravond heb ik aan het water doorgebracht. Op iedere plek is baars te vangen met licht spul, maar de poldersloten hebben toch wel de voorkeur. In wat groter water valt een klein aasje gewoon niet genoeg op, hoewel ik ook daar een paar mooie vissen gevangen heb.
Het wachten is nu op de herfst, als de meeste waterplanten uit de weg zijn, en de roofvis zich vol eet ter voorbereiding op de winter. Ik kan bijna niet wachten...


De grootste van het stel, met een prachtige zee-groene kleur
donderdag 10 juli 2008
Confessions of a carp fisher, door BB
omslag van het boek
Het lijkt me een goed idee om met het eerste boek dat helemaal aan de karper gewijd was te beginnen: "Confessions of a Carp Fisher" geschreven door Denys Watkins-Pitchford, beter bekend onder het pseudoniem "BB". Het boek werd uitgegeven in 1950, en het is nog steeds verkrijgbaar. BB was een beetje een vreemde eend in de bijt. In Engeland was het in die tijd eigenlijk not done om op iets anders dan zalm en forel te vissen, als je tot de hogere klasse behoorde. BB raakte echter als jongen al geboeid door de karpers die hij eens zag zwemmen, zoals velen na hem, en hij moest en zou ze vangen. Dat gebeurde met materiaal dat niet bepaald geschikt was voor het vissen op karper, in ieder geval niet in onze ogen. Omdat de karper een "coarse fish" (alles behalve eerder genoemde zalmachtigen) was, gebruikte hij een hengel bedoeld om te vissen op voorn, brasem en zeelt. Daarop ging dan een zijden lijntje, met een onderlijn die minder stug en zichtbaar is. Als aas werden vooral verschillende soorten deeg en wormen gebruikt, maar ook wespenlarven, een aassoort waarover je nooit meer hoort. BB verzamelde die larven natuurlijk niet zelf, dat liet hij iemand die minder gefortuneerd was doen...

BB in zijn latere jaren
Wat me vooral aanspreekt aan het boek is het aanstekelijke enthousiasme van BB. Hij was echt aan het pionieren, en ieder idee was bij hem welkom. Een verhaal over een water waar karper in zou zitten was genoeg om hem een reis te laten maken, en hij had evenveel plezier in het vangen van kroeskarpers als in het vangen van karpers. Hij observeerde ook goed. Als de vis zijn gedragspatroon wijzigde viel het BB op, erop reageren was, wegens de gebrekkige kennis, een ander verhaal. Ook het drillen van een grote vis op licht materiaal moest nog geleerd worden, en door het ontbreken van ervaring waren het spannende gevechten, die een uur konden duren, met vissen die hooguit een pond of tien wogen.
Voor veel van de moderne karpervissers, die misschien beter karperknuffelaars genoemd kunnen worden, is het geen geschikte literatuur voor het slapen gaan. Over onthaakmatten werd niet nagedacht, en een grote karper eindigde bijna altijd in een glazen kist, of bij de visboer. Ook het gebruik van een gaff wordt besproken, hoewel BB er zelf niet zo'n voorstander van was:
"...it is not always easy to draw the gaff home in the mailed bronzed side of your victim. A mirror carp is quite a different proposition; having no such armour or few flank plates, the gaff point can find a hold but, if you intend your fish for a glass case, the less he is knocked about the better."

Zo eindigden de meeste karpers, volgens BB was het vanaf een pond of tien de moeite waard ze te laten opzetten.
BB heeft verschillende hoofdstukken in zijn boek opgenomen die zijn geschreven door anderen. Richard Walker schreef hem een brief, die integraal is opgenomen. Walker is een heel andere schrijver dan BB, veel zakelijker, maar gelukkig gebruikt hij ook wat korte anekdotes om zijn tekst wat leesbaarder te maken. Eén ervan gaat over een flinke karper die hij haakte, en die hij zeker verspeeld zou hebben, als het beest niet met volle vaart tegen een met modder gevulde kan was aangezwommen. De verdoofde karper kon gemakkelijk worden geland.
In het boek wordt een wereld beschreven die verdwenen is. Waarschijnlijk is dat ook een van de grootste charmes van dit werk, de reden dat het nog steeds herdrukt wordt. Het gaat over avontuur, vervoerd worden op open wagens, getrokken door oude paarden, en vissen in water dat ter beschikking gesteld wordt door rijke heren, die in de zomer jagen in Schotland. Over werken wordt nergens gerept, en alles lijkt zo heerlijk traag te gaan. BB ving graag een vis, maar het ging hem meer om het spel, om het foppen van een vis die algemeen werd beschouwd als onvangbaar. Ik vind het een aanrader voor iedereen die zou willen weten hoe het vissen was in de dagen dat alles nog nieuw was. Helaas hebben onze Nederlandse pioniers, die al veel eerder (goed) op karper wisten te vissen dan de britten, nooit een boek geschreven. Ik weet zeker dat het wereldwijd even populair zou zijn als nu Confessions of a Carp Fisher is.

Bradmere Pool, in het boek Beechmere genoemd, sprak toen velen tot de verbeelding
maandag 7 juli 2008
Herbouw van de Fair Play
Eerst moet de oude lak van de hengel af. De handigste manier om dat te doen is een mesje loodrecht op de hengel te zetten en de lak simpelweg van de hengel te schrapen. Als je goed oplet kan het niet misgaan, maar pas op dat je je mes niet met de scherpe kant richting de schraaprichting kantelt. Een klein hapje uit de blank is snel genomen, en dat is niet gunstig voor de hengel...
De ingaande (mannelijke) bus had ik al schoongemaakt. De bussen passen nu weer perfect in elkaar. Hier is nog het zwarte tape te zien waarmee een geleideoog was vastgezet.
De set ogen op tafel. Ze hebben geen brugconstructie, want ogen zoals die op de hengel zaten worden al jaren niet meer gemaakt. Dat is jammer, maar we zullen met het gemis moeten leren leven.


Zoek de visser: Ap in camouflage
dinsdag 1 juli 2008
Opknappertjes
In de woonkamer lag de hele verzameling uitgestald op de stenen vloer: vaste hengels, telescopische werphengels en volglas spinhengeltjes, alle met enige gebreken waren netjes gerangschikt en waar mogelijk voorzien van molentjes. Een tweetal kunststof koffers bevatten een grote hoeveelheid klein materiaal, varierend van zwaar botlood tot lichte karperpennetjes, en een viertal relatief moderne molens.
De hengels waarvoor ik eigenlijk kwam zaten met drie tegelijk (dat kan dus, als je maar doorduwt) in het foudraal van de langste hengel. Bewijs heb ik niet, foto's heb ik daar niet gemaakt, en ik doe het liever niet nog eens... In ieder geval had ik het goed gezien: Een lichte glasvezel snoekbaarshengel van de firma D.A.M had ik het eerst vrijgeprepareerd. Een lekker soepel stokje, zonder echte beschadigingen. Ik denk eraan het te gaan gebruiken voor het vlokvissen op de grote windes die nu in mijn buurt te vinden zijn, en misschien ga ik er ook wel eens een snoekbaarsje mee vangen, want daar is de hengel tenslotte voor gebouwd.
De volgende hengel die los kwam was alleen herkenbaar aan het gouden transfer boven het handvat. Dat transfer was bijna geheel vergaan, maar dat het een Fair Play was was me wel duidelijk. Ik dacht heel even een unicum te hebben: een Fair Play zonder bus, maar wat ik aanzag voor een stuk zwart glasvezel was gewoon de messing bus, maar dan onder een laag vuil en koperoxide... De eerste drie ogen, alsmede het topoog, zijn kapot, verbogen en in een enkel geval met zwart isolatietape aan de hengel bevestigd. Als je je bedenkt dat zo'n hengel een vermogen kost is het toch vreemd te zien dat hij zo grof behandeld is geweest.



Hetzelfde geldt voor hengel 3, die ik maar even "de Fast Taper" noem, omdat de bouwer onbekend is. Die is minder kapot, maar dat zal komen omdat je ook van goeden huize moet komen om zo'n beest van een hengel te slopen. Met zijn testcurve van meer dan twee pond was het voor zijn tijd (begin tachtiger jaren zo te zien) een extreem zwaar stuk gereedschap, en eigenlijk vind ik een dergelijke hengel ook nu nog gewoon te zwaar voor 90 procent van de hedendaagse visserij. Lak zat er nauwelijks meer op, maar dat is met een dagje werk wel verholpen.


Het kurk was, evenals dat van de Fair Play, bijna verstopt onder iets wat even leek op een laag vernis, maar dan een beetje anders... Wat de donkerbruine en glimmende laag precies als ingrediënten heeft weet ik gelukkig niet, maar een goede gok zal zijn:
- 2 delen visslijm
- 1 deel huidvet van de visser
- een snufje aarde
- voedselresten toevoegen naar smaak
Laat dat een kleine 30 jaar zitten en je hebt een prachtig patina...

Op zondag ben ik begonnen met het opknappen van mijn aanwinsten. De kurken zijn schoongemaakt (geheel tegen de regels ben ik met schuurpapier 100 begonnen. Doe dat niet als je niet zeker weet of je schade gaat maken of niet), en de bus van de Fair play heb ik gepolijst en gepoetst. Van de oude beschermende laag was nagenoeg niets meer over, dus nu glimt hij nogal. Misschien durf ik het nog wel eens aan om hem weer mat te maken, zoals dat ook bij jachtwapens gedaan wordt. Hieronder wat plaatjes van de schoongemaakte onderdelen.

