Posts tonen met het label hengelbouw. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hengelbouw. Alle posts tonen

woensdag 2 september 2009

Een nieuwe hengel - Deel 1

Omdat ik steeds vaker met licht materiaal naar buiten ga om ermee te vissen op "wat maar bijten wil" vond ik het nodig om ook een vlokhengeltje toe te voegen aan mijn kleine hengelverzameling. Een blankje voor een heel licht vlokhengeltje was snel besteld, maar helaas heeft dat het transport niet overleefd. Een vervangend stokje is weliswaar onderweg, maar ik zat tot voor kort dus nog wel zonder vlokhengel. Lichtervisser Wim had een oplossing: een glasvezel vliegenblankje, voor een lijn #4-5, met een mooie doorlopende buiging. Ik kon het tijdens onze gezamenlijke visdag aan de Kromme Rijn van hem overnemen voor een heel gering bedrag. Met zijn werpvermogen van een gram of 7 is het misschien niet een ultralicht vlokstokje, maar het zou zeker wél een hengel worden die heel geschikt moest zijn voor het vissen op winde, brasem en zeelt.


Samen met Joop ben ik naar Amsterdam gereden. John Schreiner heeft in zijn assortiment prachtige geleideogen, die ik heel geschikt vond voor zo'n hengel. Ze wegen niet veel meer dan de tegenwoordig veel gebruikte recoilogen maar ze hebben een echt klassieke uitstraling. We hebben ook besloten dat er een ouderwetse cone met rubberen stootknop en een afdekplaatje op zou gaan komen. De pensluiting heb ik gelaten voor wat het was, hoewel John nog wel een opmerking maakte over de in zijn ogen geringe levensduur van alle sluitingen die niet van metaal zijn. De tijd zal het leren. Voorlopig vind ik een pensluiting prima.

Omdat het ultralichte blankje toch onderweg is heb ik daarvoor een vergelijkbare set ogen, kurken en ander toebehoren gekocht. Op die manier krijg ik straks twee hengels die wat betreft hun uiterlijk mooi bij elkaar passen.

De eerste stap om van een vliegenhengel een vlokhengel te maken is het slopen van de oude kurken greep en het verwijderen van de reelhouder. Dat laatste lukt makkelijk door hem even boven het fornuis te verwarmen en dan met een waterpomptang wat te trekken en te draaien aan het metalen ding. De kurken verwijderen lukt omdat ze goed gelijmd zijn alleen door ze brokje voor brokje te slopen. Jammer van het kurk eigenlijk, want dat spul is behoorlijk prijzig.


Na het wegschuren van de oude lijmresten kunnen de nieuwe kurken, met een totale lengte van 36 cm op de blank geplakt worden. Daarvoor moeten eerst de gaten die al in het kurk geboord zijn wat uitgevijld worden met een klein rondvijltje. Het lijmen doe ik met PU constructielijm. Dat zet een beetje uit, dus de kurken moet je wel stevig op elkaar drukken tijdens het drogen.




De kurken zijn veel te dik om er direct iets mee te kunnen doen. Er moet voor de grote reelringen die ik heb al een halve centimeter van de diameter afgeschuurd. Misschien zijn er wel mensen die dat kunnen zonder de hengel te laten draaien, maar de meeste hengelbouwers gebruiken daarvoor een draaibank. Bij gebrek daaraan heb ik een constructie met een boormachine, een stoel en een steen gemaakt. Niet stevig, maar als je voorzichtig doet kan het best.


De vorm wil ik een beetje hebben zoals de handgrepen die ook gemaakt worden op de Fair Play hengels. Die vorm past mooi bij de ringen, de cone en het afdekplaatje. Het enige minpuntje aan de grepen van de gemiddelde Fair Play vind ik dat het deel voor de molen bij de Fair Play hengels vaak nogal een gering verloop heeft, waardoor de molen niet vlak achter het eind van de greep geplaatst kan worden. Ik heb dat stukje dan ook wat steiler en dus korter gemaakt.




Het afdekplaatje heb ik dankzij een tip van John mooi in het midden gekregen. Een klein lintje schilderstape om de blank zorgt dat je de ruimte tussen blank en ringetje goed evenredig kunt vullen. Je snijdt het met een heel scherp mesje precies op het ringetje af en je maakt het met een stift of lak zwart. Het plaatje zelf zit met een beetje lijm uit een lijmpistool vast. Als ik er ooit nog vanaf wil kan ik het er af snijden.


De cone zit wél met PU-lijm vast. De reelringen heb ik heel licht opgeschuurd met polijstpapier om ze beter te laten passen bij het metalen deel van de cone. De handgreep is na het polijsten van het kurk af.

donderdag 27 augustus 2009

Herbouw van de Fair Play deel 3

De herbouw van mijn oude Fair Play Winston karperhengel heeft een lange tijd om verschillende redenen stilgelegen. De belangrijkste was wel de tijd die ik nog nodig had om de hengel op te knappen. Er gaat toch al snel een volle werkweek aan uren in zitten, zeker als je niet zo geoefend bent als de professionals. Daarnaast had ik een probleem met de wikkelingen die ik eerder met zorg gemaakt had. Het garen leek te zijn gaan rafelen terwijl het wel gewoon Güdebrod wikkelgaren was. Hoe het kwam weet ik nog niet, maar het effect was dat na het aflakken de wikkelingen eruit gingen zien als miniatuurstekelvarkentjes. Dat was nogal demotiverend. In plaats van één volle werkweek moest ik er nu twee besteden aan het geconcentreerd ronddraaien van een flink stuk glasvezel.

Hier is goed te zien hoe de linkerwikkeling eruit is gaan zien als een stekelvarken...
Een verse klos lag, nog keurig in plastic verpakt, al een goede maand te wachten tot ik weer eens zin en tijd had om verder te gaan. Dat was de afgelopen week het geval. De meeste wikkelingen zijn inmiddels vervangen, met een veel beter resultaat. Van John kreeg ik, over een hengel die ik eerder opgelapt had, het commentaar dat ik wat meer lagen lak moest gaan gebruiken. De hengel in kwestie had dat niet omdat de bouwer ervan dat bewust naliet, dus ik ben zo eigenwijs geweest het zo te laten, maar op een Fair Play horen de wikkelingen er toch wel echt uit te zien als strakke glimmende bandjes, waarin je alleen met moeite de individuele omgangen van het garen nog kunt zien.

Hij mag weer Fair Play heten.

Vorige week heb ik samen met Joop een bezoekje gebracht aan Amsterdam. John heeft de transfers op de hengel gezet. Deze maken de hengel toch wel echt af vind ik.
Na nog een aantal laagjes lak zijn de wikkelingen meer één geheel geworden met de hengel. Ik vind hem klaar. Aanstaande zondag mag hij voor het eerst mee naar de waterkant.

zaterdag 19 juli 2008

Herbouw van de Fair Play deel 2

Het was beestenweer vandaag. Beestenweer, en ik had griep. Niet bepaald een combinatie die een visdag vooraf al geslaagd maken, wat mij betreft. Gelukkig had ik nog meer te doen, en ik had al eens gezegd dat ik erover schrijven zou. Bij deze een verslagje van wat restaureerwerk aan mijn oude Fair Play karperhengel.

Allereerst wil ik een zijstraat bewandelen, en Joop uit Woerden bedanken. Hij benaderde mij met de mededeling dat hij nog wel wat oude lichtgewicht ogen had, en dat ik ze krijgen kon wanneer ik interesse had. Die interesse was er uiteraard, maar helaas waren de ogen die Joop in de aanbieding had wat te klein voor een hengel die door John Schreiner werd aangeduid als "een zware stok". Joop, ontzettend bedankt voor het aanbod, en voor de interesse die je toont in mijn pogingen hengels op te knappen en vis te vangen. Zodra de omstandigheden het toelaten gaan we samen de polder in.

Terug naar de hengel: die heb ik vorige week van alle ogen en wikkelingen ontdaan, nadat ik natuurlijk goed had gedocumenteerd waar ze zich bevonden. Daarna is de lak verwijderd, en de kale hengel (de "blank") geschuurd met zeer fijn watervast schuurpapier. In de avonduren heb ik het topdeel voorzien van drie nieuwe lagen lak. De lak die ik gebruik is Ruwa jachtlak. Niet iedere moderne hengelbouwer is er wild van, maar voor een restauratieklus vind ik het eigenlijk wel gepast om te werken met een dergelijke ouderwetse één-componentenlak. Het lakken doe ik met mijn vinger, vandaar dat ik er geen foto van heb.

Het resultaat van een aantal lagen lak is goed zichtbaar als je het gelakte deel naast het nog ongelakte deel ziet: de kleur is veel dieper en donkerder, en je ziet veel meer details van de glasvezelmat waaruit de hengel is opgebouwd.

De taille van een Fair Play is een beetje het herkenningspunt van iedere hengel uit de stal van Schreiner. Die taille is een deel van de hengel, net boven de handgreep, dat brons-, zilver- of goudkleurig is. Bij deze hengel was het nogal de vraag of het nou goud of zilver was, maar voorzichtig peuteren leerde me dat het toch echt zilver was, met een dikke laag vergeelde lak erbovenop.

De taille is niet eens zo heel moeilijk aan te brengen. Het is verf, in plaats van een transfer, dus zelfs ik kon een nieuwe maken. Voor de zekerheid heb ik wel eerst een kunststofprimer gebruikt, omdat ik niet het risico wilde lopen mijn hengel op te lossen...

Vanavond heb ik alvast wat wikkelingen gemaakt, en ogen opgezet. De wikkelingen bij de bussen waren dubbel uitgevoerd. Ik vermoed dat dat vooral was om ze goed aan te laten sluiten, en niet om de stevigheid. In ieder geval zit er weer een dubbele wikkeling op, hij was er vast niet voor niets. De volgende keer is in ieder geval het topdeel af, en hoop ik van John Schreiner nog iets losgepeuterd te hebben.

maandag 7 juli 2008

Herbouw van de Fair Play

Op bezoek bij Fair Play
Ap heeft mij geintroduceerd bij John Schreiner, die een prachtige winkel, Fair Play, heeft in Amsterdam Zuid. Bij John ga je niet even langs voor een potje maden, tenzij je misschien in de buurt woont; je komt er om te zien hoe het ánders kan. In plaats van een winkel vol met allerhande materiaal, is het aanbod klein, maar goed gekozen. Niet een rek vol met pluggen, maar slechts een handjevol verschillende, varierend van licht tot redelijk zwaar bijvoorbeeld. De achterste helft van de winkel is gereserveerd voor de hengels, die nog steeds met de hand worden afgebouwd. Door de zorg waarmee dit gebeurt is iedere hengel een kunstwerk op zich.

John, in de voetsporen getreden van zijn vader Jan, Nederlands produktiefste auteur op hengelsportgebied, bouwt hengels op een "ouderwetse" manier. Begrijp me niet verkeerd. Met ouderwets bedoel ik geenszins achterhaald. In de onzekere wereld van de visser, of dat nu een sportvisser is of een beroeps, is iedere mening er één, en daarmee kun je niet zonder meer stellen dat een bepaalde mening of methode beter is dan een ander, tenzij je de materie zó goed kent dat je daadwerkelijk een bewijs voor een stelling leveren kunt. Ik dwaal af, ideeën over hengelbouw komen een volgende keer wel aan bod...

John dus bouwt zijn hengels nog (bijna) net zoals dat 30 jaar geleden gebeurde, met metalen bussen die de hengeldelen verbinden, en hardverchroomde ogen op alle hengels, behalve de allerdunste sprietjes. Mijn Fair Play, als hij gerestaureerd is, zal dan ook bijna niet te onderscheiden zijn van een hengel van nu, ook al is hij ongeveer 25 jaar oud. John heeft me een set nieuwe ogen verkocht, en ook wat kurken voor de Fast Taper, die verder nog maar even moet wachten op zijn behandeling; ik ben niet zo'n multitasker.

Hieronder wat plaatjes van het herbouwproces.

Eerst moet de oude lak van de hengel af. De handigste manier om dat te doen is een mesje loodrecht op de hengel te zetten en de lak simpelweg van de hengel te schrapen. Als je goed oplet kan het niet misgaan, maar pas op dat je je mes niet met de scherpe kant richting de schraaprichting kantelt. Een klein hapje uit de blank is snel genomen, en dat is niet gunstig voor de hengel...


De ingaande (mannelijke) bus had ik al schoongemaakt. De bussen passen nu weer perfect in elkaar. Hier is nog het zwarte tape te zien waarmee een geleideoog was vastgezet.

De set ogen op tafel. Ze hebben geen brugconstructie, want ogen zoals die op de hengel zaten worden al jaren niet meer gemaakt. Dat is jammer, maar we zullen met het gemis moeten leren leven.

Het nieuwe topoog heb ik op zijn plaats gezet voordat ik de andere ogen van de hengel haalde. Zo kan ik ze straks makkelijker terugzetten op de juiste plek, want een hengel heeft een harde en een zachte kant. Die harde en tegenoverliggende zachte kant vinden is een tijdrovende klus, en de ogen moeten op de zachte kant komen. Op deze manier hoef ik niet meer te zoeken: als alle ogen straks op één lijn staan, weet ik zeker dat ze op de zachte kant staan.

De volgende keer het lakken van de blank, en het maken van de wikkelingen.



Een avond vissen in de polder

Nadat we afscheid hadden genomen van John en zijn mooie winkel hebben Ap en ik nog even een poging gewaagd een karper te vangen in een polder vlakbij mijn werk. Het water zie ik dagelijks vanuit de trein, maar van vissen was daar nog niets gekomen.

De waterdiepte viel me erg op. Ik had het water veel dieper geschat dat het in werkelijkheid was, en ik twijfelde een beetje aan de verhalen over zeer grote karper in dat water. Aan de andere kant zou ik er nooit zoveel mensen zien vissen als er geen vis zat, natuurlijk. Wel of geen vis, het maakte niet veel uit. We hebben heel gezellig gekletst, gekeken naar de dappere pogingen van voorntjes om ons aas te roven, en genoten van de omgeving en van de zon tot die onder ging.
Op de terugweg naar de auto heb ik dan toch een vis gezien. Het beest kwam met de rug boven water, en mijn mond viel open. Met bevende vingers heb ik een flink stuk lunchworst aan mijn haak weten te peuteren, en alles leek goed te gaan... Mijn pennetje verdween, en de lijn liep er in een slakkengang achteraan. De aanslag, voor mijn doen, zeker gezien de spanning heel beheerst, was echter in het niets. De karper leek ook totaal niet onder de indruk van mijn simpele poging contact te maken.
Ik heb slecht geslapen die nacht, zoals ik Ap al voorspeld had...

Ap, bedankt weer voor een heel geslaagde dag.

Zoek de visser: Ap in camouflage

dinsdag 1 juli 2008

Opknappertjes

Het afgelopen weekend is er van vissen niets gekomen. Wel heb ik, samen met Alice, een ritje naar Lelystad gemaakt. Daar konden we een stapel hengels en toebehoren ophalen die door de bezitter voor een heel schappelijk bedrag op Marktplaats waren gezet. Op de foto bij de advertentie waren me drie hengels opgevallen, allemaal met een lang kurken handvat en uitgerust met reelringen in plaats van een vaste reelhouder. Dat rook gewoon naar Glasvezel en Kurk, en omdat de vraagprijs zo laag was heb ik besloten om een bod te doen zonder precies te weten wat ik ging kopen.

In de woonkamer lag de hele verzameling uitgestald op de stenen vloer: vaste hengels, telescopische werphengels en volglas spinhengeltjes, alle met enige gebreken waren netjes gerangschikt en waar mogelijk voorzien van molentjes. Een tweetal kunststof koffers bevatten een grote hoeveelheid klein materiaal, varierend van zwaar botlood tot lichte karperpennetjes, en een viertal relatief moderne molens.

De hengels waarvoor ik eigenlijk kwam zaten met drie tegelijk (dat kan dus, als je maar doorduwt) in het foudraal van de langste hengel. Bewijs heb ik niet, foto's heb ik daar niet gemaakt, en ik doe het liever niet nog eens... In ieder geval had ik het goed gezien: Een lichte glasvezel snoekbaarshengel van de firma D.A.M had ik het eerst vrijgeprepareerd. Een lekker soepel stokje, zonder echte beschadigingen. Ik denk eraan het te gaan gebruiken voor het vlokvissen op de grote windes die nu in mijn buurt te vinden zijn, en misschien ga ik er ook wel eens een snoekbaarsje mee vangen, want daar is de hengel tenslotte voor gebouwd.

De volgende hengel die los kwam was alleen herkenbaar aan het gouden transfer boven het handvat. Dat transfer was bijna geheel vergaan, maar dat het een Fair Play was was me wel duidelijk. Ik dacht heel even een unicum te hebben: een Fair Play zonder bus, maar wat ik aanzag voor een stuk zwart glasvezel was gewoon de messing bus, maar dan onder een laag vuil en koperoxide... De eerste drie ogen, alsmede het topoog, zijn kapot, verbogen en in een enkel geval met zwart isolatietape aan de hengel bevestigd. Als je je bedenkt dat zo'n hengel een vermogen kost is het toch vreemd te zien dat hij zo grof behandeld is geweest.



Hetzelfde geldt voor hengel 3, die ik maar even "de Fast Taper" noem, omdat de bouwer onbekend is. Die is minder kapot, maar dat zal komen omdat je ook van goeden huize moet komen om zo'n beest van een hengel te slopen. Met zijn testcurve van meer dan twee pond was het voor zijn tijd (begin tachtiger jaren zo te zien) een extreem zwaar stuk gereedschap, en eigenlijk vind ik een dergelijke hengel ook nu nog gewoon te zwaar voor 90 procent van de hedendaagse visserij. Lak zat er nauwelijks meer op, maar dat is met een dagje werk wel verholpen.
Het kurk was, evenals dat van de Fair Play, bijna verstopt onder iets wat even leek op een laag vernis, maar dan een beetje anders... Wat de donkerbruine en glimmende laag precies als ingrediënten heeft weet ik gelukkig niet, maar een goede gok zal zijn:

- 2 delen visslijm
- 1 deel huidvet van de visser
- een snufje aarde
- voedselresten toevoegen naar smaak

Laat dat een kleine 30 jaar zitten en je hebt een prachtig patina...



Op zondag ben ik begonnen met het opknappen van mijn aanwinsten. De kurken zijn schoongemaakt (geheel tegen de regels ben ik met schuurpapier 100 begonnen. Doe dat niet als je niet zeker weet of je schade gaat maken of niet), en de bus van de Fair play heb ik gepolijst en gepoetst. Van de oude beschermende laag was nagenoeg niets meer over, dus nu glimt hij nogal. Misschien durf ik het nog wel eens aan om hem weer mat te maken, zoals dat ook bij jachtwapens gedaan wordt. Hieronder wat plaatjes van de schoongemaakte onderdelen.


dinsdag 13 mei 2008

Bruce & Walker Avon

Richard Walker poseert met Clarissa, gevangen op de eerste MKIV in 1952


Ik moet het maar gewoon toegeven: ik ben een verzamelaar. Marktplaats is voor mij een heel gevaarlijke plek. Met enige regelmaat kun je daar prachtige glasvezel hengels vinden. Ze zijn natuurlijk niet allemaal interessant voor mij, maar soms vind ik een karperhengel die ik zo interessant vind dat ik ermee wil vissen. Vorige week was dat een oude Engelse hengel, een Bruce & Walker MKIV Avon G, 11'. Dat is best een mond vol, maar als je de historie een beetje kent is het een hele duidelijke naam.
Richard Walker, een van de inventiefste vissers van zijn tijd, bedacht zich eind veertiger jaren dat er geen hengel beschikbaar was die hij geschikt achtte voor het vissen op karper. Walker was bepaald niet onhandig, en hij begon zelf zijn hengels te bouwen. Met de vierde poging was hij tevreden (vandaar het MKIV). Misschien zou deze hengel nooit zo'n grote rol hebben gespeeld als Walker er niet in 1952 zijn beroemde recordkarper Clarissa mee zou hebben gevangen. Walker heeft een klein aantal hengels (een stuk of 8) helemaal zelf gebouwd, en hij heeft daarna nog een aantal hengels afgebouwd. Al snel droeg hij de productie over aan Bruce James & Son, die tot 1966 MKIV's van splitcane bouwden. Van de MKIV bedacht Walker nog een lichtere versie, die de Mark IV Avon ging heten.

Bruce James heette eigenlijk James Bruce, en de "son", James Bruce jr. is voor zichzelf begonnen, samen met Ken Walker (geen familie van Richard). Zij bouwden hengels van het toen moderne glasvezel (de G in de naam van de hengel), in de stijl van de oude splitcane hengels. De hengel waarover dit verhaal gaat is daar een mooi voorbeeld van. In het splitcanetijdperk was het gebruikelijk (maar eigenlijk niet nodig, tenzij de hengel van slechte kwaliteit was) om een heleboel tussenwikkelingen te maken. Dat zijn korte wikkelingen -ongeveer vijf keer rond de hengel, die iedere halve inch gelegd zijn. Deze hengel, die iets langer is dan het origineel, heeft er 123. Het moet een monnikenwerk geweest zijn om alleen die al te maken. Van de geleideogen zijn het start- en topoog gevoerd met een harde kunststof, en de rest van de ogen is van hardverchroomd staal.

De hengel is door de vorige eigenaar, Kees, gekocht bij Sciarone aan de Molenstraat in Den Haag, midden jaren zeventig. Na al die jaren ziet hij er eigenlijk nog heel goed uit. De lak is hier en daar oppervlakkig iets beschadigd, en het topoog en de pensluiting hebben wat aandacht nodig, maar verder is hij nog net zo goed als hij was in nieuwstaat. Hieronder alvast een paar plaatjes van de hengel met de originele lak, en daarna licht geschuurd. Volgende week is hij af, dan komen de plaatjes van hoe het geworden is.




















Het transfer zoals het eruit zag














Gevoerd startoog. Op deze foto zijn ook de tussenwikkelingen goed te zien.



















De pen, waarover het topdeel past als de hengel in elkaar geschoven wordt. Met een klein beetje lak is deze nog wel dikker te maken.
















Nog eens het transfer, nadat alle blaasjes in de lak waren weggekrabd, en de oude lak met heel fijn schuurpapier een beetje was opgeruwd.

woensdag 7 mei 2008

Brasemhengel

Zondag 4 mei 2008

Gisterochtend stond ik netjes, zoals ik mezelf beloofd had, om 5 uur naast mijn bed. Het was buiten nog dusdanig donker dat ik het geen slecht idee vond om eerst rustig wat koffie te drinken en alvast een heel simpel tuigje in elkaar te knopen. Een haakje maat 8, heel dundradig, eigenlijk een brasemhaak, een BB loodje en een stukje pauwenpen van ongeveer 2 cm moesten voldoende zijn. Met deze constructie kan ik gemakkelijk overstappen op drijvend vissen, zonder dat ik dingen van mijn lijn hoef te gaan slopen. Vooral als de karpers ineens etend onder het oppervlak verschijnen loopt bij mij de spanning dermate hoog op dat ik geen geknutsel meer kan hebben.

Om zes uur ben ik op mijn plek. Dit watertje is ooit begonnen als 'wiel', binnenkomend water na een dijkdoorbraak heeft een min of meer ronde kuil geslepen, en toen de dijk gerepareerd was bleef een poel met een redelijke diepte over. In de vijftiger jaren is hier een woonwijk gebouwd, en de poel is uitgebreid met een kleiner (en mooier) broertje, en de twee zijn verbonden door een nogal fantasieloos aangelegde sloot, die veel ondieper is dan de beide poelen. Vanaf de dijk heb ik een mooi uitzicht op de sloot, en daar ga ik, omdat het water hier warmer is dan elders, eerst even kijken. Naar activiteit hoef ik niet lang te zoeken. Het duurt even voordat mijn duffe hoofd de signalen juist interpreteert: op verschillende plaatsen zijn blankvoorntjes, vooral ondermaatse visjes, hun eieren aan het leggen. Het ziet eruit alsof een flinke vis de graskanten afgraast, maar het bijna klaterend geluid paste daar niet bij. Een kleine domper op de feestvreugde wat mij betreft. De laatste keer dat ik tijd had om te vissen waren de karpers brasemeieren aan het eten, nu zullen ze wel gefixeerd zijn op voorneieren. Dat hier een kern van waarheid in zit blijkt als alle karperactiviteit in de directe nabijheid van kleine schooltjes paaiende voorns te vinden is.

Mijn hengel, een Bansberg uit 1978, en het net zijn snel in elkaar gezet, en ik bewonder in het eerste licht de frisgroene kleur van de nieuwe wikkelingen, die in de oude toestand eerder de kleur van verdord gras hadden, omdat de lak zo vergeeld was. Bovendien zien de hardverchroomde geleideogen van het conventionele type er heel wat beter uit op zo'n hengel dan de iel uitziende matchoogjes, die op verzoek van de eerste eigenaar in de plaats kwamen van bovengenoemde 'normale' ringen. Het heeft me een paar weken gekost om de hengel op te knappen, maar het resultaat mag er best zijn.

De eerste karper die zich laat zien, net naast een mini plompenbedje van drie bladeren groot krijgt wat maïskorrels over zich heen. Hij is niet onder de indruk van het neerkomen van de gele korreltjes, dus mijn haakje, beaasd met nog vier van die korrels volgt vrijwel direct. De karper aast, en al snel verdwijnt het stukje pauwenpen, en loopt de lijn strak. Op de aanslag volgt de vertrouwde kolk, gevolgd door een boeggolf (-je, zo groot is de vis niet). Het enige wat niet klopt is dat mijn lijn blijft wijzen naar de plek waar hij al was, en zacht getreuzel laat zich voelen. Een brasem heeft mijn haakaas recht voor de neus van de karper weggekaapt...Niet eenvoudig uit het veld te slaan probeer ik het twintig meter verderop opnieuw, vlak langs de kant ditmaal, waar een karpertje zich tegoed doet aan het nageslacht van de blankvoorntjes. De eerdere gebeurtenis herhaalt zich bijna precies, alleen was de karper ditmaal iets groter, en de brasem juist kleiner.

Omdat het vissen in het slootje waarschijnlijk telkens deze resultaten gaat geven besluit ik mijn laatste uurtje door te gaan brengen in het kleinste van de twee poelen. Daar blijkt iemand anders al op hetzelfde idee te zijn gekomen. Geen moderne bivvybewoner, zoals hier gebruikelijk, maar iemand die net als ik gewoon op de grond zit, ver van de kant, in plaats van op een van de drie aanwezige houten vissteigertjes. Ik val hem even lastig, en hij blijkt een serieuze en vriendelijke penvisser. Zijn hengel is een Fair Play, waarover een positieve opmerking natuurlijk gauw gemaakt is. Hij is wat sceptisch over mijn cardinal 33, maar een gespreksonderwerp hebben we. Om het vangen van brasems tot een minimum te beperken heeft hij al vanalles geprobeerd, maar zelfs het gebruiken van een bal Smac zo groot als een pingpongbal resulteerde in brasem. Het was wel een grote...

Even links van ons trekt een karper de aandacht. Hij duwt een afgewaaide tak opzij, en de hoeveelheid gasbellen die daarbij vrijkomt zou Slochteren zich doen schamen. Ik herinner me waarvoor ik kwam, en loop een stuk om. Het gaat nog even duren voordat de zon echt op is, en mijn laatste uurtje breng ik karperloos, maar gelukkig ook brasemloos door.


De middag en het begin van de avond zijn voor dit verhaal oninteressant. We hebben de tuin opgehoogd, een terras en paden aangelegd, verschrikkelijk hard met een rubber hamer op mijn vingers geslagen en in het gat waaruit het benodigde zand kwam een laag PVC folie gelegd. Zo heb ik nu een vijver.


Na het eten ga ik opnieuw, maar minder optimistisch naar het water. Mijn vrouw wilde graag mee, en om haar een plezier te doen ga ik naar hetzelfde poeltje waar ik vanochtend geëindigd ben. Het is daar rustig, best mooi en ze kan op een steigertje zitten en lezen. Lezen wordt het bellen van vriendinnen, en ze zit een stukje verderop lekker met haar benen te zwaaien boven het water. Het wordt al wat donkerder, en een koppel dwergvleermuizen fladdert snel over. Een grotere vleermuis, ik denk een meervleermuis, plukt met rare capriolen wat grotere motten uit de lucht.


Onder water gebeurt iets, er ontstaan kleine bellenplakkaatjes, en het wateroppervlak, net nog stil, lijkt wel te wiebelen. Dat dit geen brasem is staat vast, het water is hier zeker driekwart meter diep, en een brasem die zo groot is dat hij met zijn kop in de modder kan wroeten, en tegelijk met zijn staart bijna het water raakt verwacht ik hier niet. Ik lig achterover en ik houd me stil, maar toch ruikt de vis onraad, en ik zie een V-vormige golf heel langzaam van mijn plek af gaan. Ik maak van de gelegenheid gebruik om wat bij te voeren, en mijn haak opnieuw te beazen.Hetzelfde gebeurt nog eens. De karper lijkt, vlak voordat het echt donker wordt, toch nog los te komen om mijn dag goed te maken. De derde keer moet scheepsrecht zijn. Zonder de eerdere aankondigingen in de vorm van bellen en beweging schokt mijn kurkje even. Ik vis 's avonds met een klein doorboord kurkballetje, waarin precies een breekstaafje past. Het kurkje schuift rustig naar rechts. Mijn lijn kan ik niet meer zien, dus ik sla als het me lang genoeg geduurd heeft. Ik had gedacht het gevoel te gaan krijgen alsof ik aan de hele wereld vastzat, gesuis van de wind in mijn lijn te horen en me zorgen te moeten maken over de afstelling van mijn 32 jaar oude cardinal. Niets van dat... Van enige diepte komt een dikke brasem boven. Chris Yates beschrijft de brasems van stilstaand water heel treffend: "Als je ze haakt zijn ze half in slaap, en tegen de tijd dat ze op de kant komen verkeren ze in comateuze toestand."

Alice is omgelopen. Vol ontzag kijkt ze naar de, in haar ogen, grote en dikke vis, die ook nog eens een mooie bronzen, bijna groene kleur heeft. Ik kan een vloek te nauwernood inhouden. Het beest is zo dik dat ik hem nauwelijks in de nek kan vatten, zeker omdat mijn linker middelvinger verschillende tinten paars is gekleurd, en vervelend klopt. De vis komt uiteindelijk boven, om ook zo snel mogelijk weer te gaan zwemmen in zijn eigen wereld.Het moet gewoon zo zijn. De vorige eigenaar van deze hengel had er niet voor niets matchogen op gezet. Het ging hem niet om het plakken van de lijn, of om het mooie van de gevoerde aqualite start- en topoogjes, het moest gewoon een brasemhengel worden. De hengel weet dat, en de vissen ook. Alleen ik had een hele dag nodig om tot dat besef te komen.