Posts tonen met het label boeken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boeken. Alle posts tonen

donderdag 4 september 2008

Karpervissen - Jan de Winter


Voor een hele generatie karpervissers bestaat er eigenlijk maar één karperboek: Karpervissen, van Jan Baptiste de Winter. De eerste druk ervan kwam uit in 1969, en een behoorlijk herziene druk zag het licht in 1979. Mijn eigen exemplaar behoort tot die laatste druk. Ik kreeg het cadeau van de hengelsportwinkelier bij wie ik op dertienjarige leeftijd mijn eerste karperhengel kocht. Het boek was toen al elf jaar oud, en ik vermoed een beetje dat het een echte winkeldochter was.

Over dit boek schrijven is een beetje lastig. Er is al ontzettend veel over het boek verteld, evenals over De Winter, en het lijkt me daarom niet nodig een opsomming van de inhoud te geven. Wat mij veel leuker lijkt is opschrijven wat ik aan het boek gehad heb en welk gevoel het lezen ervan bij mij teweeg brengt.

Jan neemt de onervaren visser bijna mee naar de waterkant. Hij vertelt verhalen, afgewisseld met informatie over systemen en wetenswaardigheden over de vis en zijn natuurlijke leefomgeving. Het boek begint echter klassiek, met een beschrijving van de biologie van de karper, en een uiteenzetting van de ideeën die Jan had over de wenselijkheid van het kweken van "verbeterde" karpers. Binnen de Karperstudiegroep Nederland, opgericht door een klein aantal fanatieke karpervissers, waaronder De Winter zelf, was in de beginjaren veel strijd omtrent dat punt. Jan en verschillende gelijkgestemden waren van mening dat de enige "echte" karper de in Noord-Holland veel voorkomende boerenkarper was, terwijl anderen vonden dat er vooral veel snel groeiende karper moest worden uitgezet. Echt gezellig was dat allemaal niet, en het is waarschijnlijk dat Jan onder andere deze ruzies bedoelt wanneer hij in het voorwoord van de tweede druk schrijft dat hij een tijdlang niet echt met vissen bezig is geweest. Onbewust heeft deze discussie ook mij beïnvloed. Ik heb lange tijd geen andere karperfoto's gezien dan die welke afgedrukt stonden in Karpervissen, 200 karpertips en andere literatuur uit die periode. Het is dan ook niet vreemd dat ik liever een slanke snelle schubkarper zie, dan een uitgezakt zoetwatervarkentje.

Het hoofdstuk over hengels heb ik vaak, heel vaak doorgelezen. Zoals gezegd kreeg ik het boek cadeau toen ik mijn eerste hengel kocht, en ik denk dat ik bevestiging zocht. Mijn hengel moest natuurlijk wel voldoen aan de eisen die door de Grote Namen van toen werden gesteld aan het materiaal. Later heb ik het vooral gelezen als een soort historisch werk: omdat De Winter best diep ingaat op de eigenschappen die volgens hem een karperhengel moest hebben weet je ook wat toen de staat van de techniek op hengelbouwgebied was. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een lang verhaal over de totstandkoming van een tweetal hengels: de Nico de Boer en de Jan de Winter karperhengels. Niet zonder trots vermeldt Jan dat dat heel goede hengels zijn, misschien wel de beste die ooit uit glasvezel gemaakt zijn. Meer dan tien jaar nadat ik het boek voor het eerst opensloeg kreeg ik een Nico de Boer karperhengel in mijn bezit, en hoewel ik moet zeggen dat sommige pluspunten enigszins overdreven waren, is dit wel de hengel waarnaar ik het vaakst grijp. Verder is het verhaal over Dirk de Vries, onze eigen pionier, na vele malen herlezen nog steeds bijzonder boeiend.

"Enige vangsten" was mijn volgende favoriete hoofdstuk. In beginsel las ik het in de hoop te leren hoe het moest, en terugkijkend denk ik dat juist dit hoofdstuk mij als visser het meest gevormd heeft. Inmiddels kan ik het met herkenning lezen. Vele karpers verder heb ik mijn eigen ervaringen opgedaan, waarvan sommige gelijkwaardig aan die uit de verhalen van Jan. Zijn oog voor de sfeer van het vissen, de terechte vergelijking met de jacht en de daarbijhorende gemoedstoestand zijn in dit hoofdstuk het duidelijkst te lezen. Ze worden in andere hoofdstukken wel explicieter genoemd, maar theorie over gedrag en emotie is toch moeilijker te verwerken dan het lezen van een verhaal waarin deze zaken een rol spelen.

Zonder Karpervissen was ik misschien wel een heel ander soort visser geworden. Waarschijnlijk was ik ook dan wel fanatiek en enthousiast gebleven, maar ik ben toch heel blij dat Jan mij middels zijn woorden meenam naar "zijn" boerenkarpers. Hij wist van het vissen iets magisch te maken. Ponden en centimeters spelen nauwelijks een rol, het ging hem om de beleving, het terug gaan in de natuur, in plaats van terug gaan naar die natuur, zoals hij Rousseau citeert. Het respect voor de omgeving, die iedere visser zou moeten hebben, werd door hem op alle mogelijke manieren duidelijk gemaakt. Zijn visserij was niet gekunsteld maar functioneel, en vooral gericht op het proces van goed (zowel mentaal als praktisch) vissen, in plaats van zo veel mogelijk te vangen. Ik ben Jan dan ook dankbaar. Lang heb ik gehoopt hem eens te ontmoeten, totdat mijn oog eens viel op een zinnetje in een hengelsporttijdschrift waarin werd gesproken over "wijlen Jan de Winter". Dat moment herinner ik me nog steeds. Echte idolen heb ik nooit gehad, maar Jan had ik graag een keer persoonlijk bedankt.




donderdag 10 juli 2008

Confessions of a carp fisher, door BB

Toen ik mijn blog startte heb ik ook aangegeven dat ik niet alleen visverhalen op deze site zou zetten, maar ook boekbesprekingen, stukjes over materialen en alle andere dingen die ik met mijn visserij te maken vind hebben. Van die boekbesprekingen is tot nu nog niets terecht gekomen. Niet omdat ik niet lees, integendeel, maar omdat ik niet goed wist hoe ik moest beginnen. Daarin is nu verandering gekomen.
Het lijkt me leuk om iets te vertellen over wat ik lees, waarom ik die boeken uitkies, en natuurlijk ook om er een soort lijn in te brengen. Allereerst zal ik proberen mijn leesgedrag te verklaren, en mijn voorkeuren voor bepaalde onderwerpen en schrijvers te verduidelijken.
Ik lees graag over vissen, en over karpervissen in het bijzonder. Het vinden van boeken over deze materie is niet bepaald een moeilijke opgave, maar in de meeste moderne boeken ben ik niet echt geinteresseerd. Ze gaan over strategie, recepten voor voer en resultaten, terwijl ik daar helemaal niet zo mee bezig ben. Ik zal dan wel nooit in een tijdschrift verschijnen omdat ik zo'n fantastische visser ben, maar de lol is er aan mijn kant niet minder om. Gelukkig zijn er genoeg anderen die er zo over denken als ik, en die vaak ook nog eens veel beter kunnen schrijven. Ze vallen eigenlijk uiteen in twee groepen: de eerste bestaat uit schrijvers die hun boeken voor pakweg 1980 schreven, de tweede uit vissers die tegenwoordig nog zo vissen als voor die tijd gebruikelijk was.

omslag van het boek


Het lijkt me een goed idee om met het eerste boek dat helemaal aan de karper gewijd was te beginnen: "Confessions of a Carp Fisher" geschreven door Denys Watkins-Pitchford, beter bekend onder het pseudoniem "BB". Het boek werd uitgegeven in 1950, en het is nog steeds verkrijgbaar. BB was een beetje een vreemde eend in de bijt. In Engeland was het in die tijd eigenlijk not done om op iets anders dan zalm en forel te vissen, als je tot de hogere klasse behoorde. BB raakte echter als jongen al geboeid door de karpers die hij eens zag zwemmen, zoals velen na hem, en hij moest en zou ze vangen. Dat gebeurde met materiaal dat niet bepaald geschikt was voor het vissen op karper, in ieder geval niet in onze ogen. Omdat de karper een "coarse fish" (alles behalve eerder genoemde zalmachtigen) was, gebruikte hij een hengel bedoeld om te vissen op voorn, brasem en zeelt. Daarop ging dan een zijden lijntje, met een onderlijn die minder stug en zichtbaar is. Als aas werden vooral verschillende soorten deeg en wormen gebruikt, maar ook wespenlarven, een aassoort waarover je nooit meer hoort. BB verzamelde die larven natuurlijk niet zelf, dat liet hij iemand die minder gefortuneerd was doen...

BB in zijn latere jaren


Wat me vooral aanspreekt aan het boek is het aanstekelijke enthousiasme van BB. Hij was echt aan het pionieren, en ieder idee was bij hem welkom. Een verhaal over een water waar karper in zou zitten was genoeg om hem een reis te laten maken, en hij had evenveel plezier in het vangen van kroeskarpers als in het vangen van karpers. Hij observeerde ook goed. Als de vis zijn gedragspatroon wijzigde viel het BB op, erop reageren was, wegens de gebrekkige kennis, een ander verhaal. Ook het drillen van een grote vis op licht materiaal moest nog geleerd worden, en door het ontbreken van ervaring waren het spannende gevechten, die een uur konden duren, met vissen die hooguit een pond of tien wogen.

Voor veel van de moderne karpervissers, die misschien beter karperknuffelaars genoemd kunnen worden, is het geen geschikte literatuur voor het slapen gaan. Over onthaakmatten werd niet nagedacht, en een grote karper eindigde bijna altijd in een glazen kist, of bij de visboer. Ook het gebruik van een gaff wordt besproken, hoewel BB er zelf niet zo'n voorstander van was:

"...it is not always easy to draw the gaff home in the mailed bronzed side of your victim. A mirror carp is quite a different proposition; having no such armour or few flank plates, the gaff point can find a hold but, if you intend your fish for a glass case, the less he is knocked about the better."

Zo eindigden de meeste karpers, volgens BB was het vanaf een pond of tien de moeite waard ze te laten opzetten.

BB heeft verschillende hoofdstukken in zijn boek opgenomen die zijn geschreven door anderen. Richard Walker schreef hem een brief, die integraal is opgenomen. Walker is een heel andere schrijver dan BB, veel zakelijker, maar gelukkig gebruikt hij ook wat korte anekdotes om zijn tekst wat leesbaarder te maken. Eén ervan gaat over een flinke karper die hij haakte, en die hij zeker verspeeld zou hebben, als het beest niet met volle vaart tegen een met modder gevulde kan was aangezwommen. De verdoofde karper kon gemakkelijk worden geland.

In het boek wordt een wereld beschreven die verdwenen is. Waarschijnlijk is dat ook een van de grootste charmes van dit werk, de reden dat het nog steeds herdrukt wordt. Het gaat over avontuur, vervoerd worden op open wagens, getrokken door oude paarden, en vissen in water dat ter beschikking gesteld wordt door rijke heren, die in de zomer jagen in Schotland. Over werken wordt nergens gerept, en alles lijkt zo heerlijk traag te gaan. BB ving graag een vis, maar het ging hem meer om het spel, om het foppen van een vis die algemeen werd beschouwd als onvangbaar. Ik vind het een aanrader voor iedereen die zou willen weten hoe het vissen was in de dagen dat alles nog nieuw was. Helaas hebben onze Nederlandse pioniers, die al veel eerder (goed) op karper wisten te vissen dan de britten, nooit een boek geschreven. Ik weet zeker dat het wereldwijd even populair zou zijn als nu Confessions of a Carp Fisher is.

Bradmere Pool, in het boek Beechmere genoemd, sprak toen velen tot de verbeelding