vrijdag 31 oktober 2008

Viswaterkaart

Ergens vorig jaar viel het me op dat het op zijn best moeilijk is om erachter te komen welke vergunning je nodig hebt om ergens te kunnen vissen. De vereniging waarvan je lid bent geeft je een lijst van water waar je wel mag komen, maar wie er dan in de buurt nog meer rechten heeft blijft onduidelijk. Zeker in de polders rond Gouda is het een crime om erachter te komen bij wie je moet zijn. Er zijn verschillende verenigingen actief, maar een deel ervan heeft helemaal geen website, en de sites die er wel zijn hebben op zijn hoogst wat verouderde kaarten, of helemaal geen kaarten.

Hierover heb ik eens contact gezocht met Sportvisserij Nederland. Ik was op dat moment flink geïrriteerd over het feit dat de vispas helemaal niets aan oplossingen met zich meebracht, en alleen maar extra geld moest kosten. Mij werd toen beloofd dat er een kaart zou komen van alle water in Nederland, zodat je nooit meer zelf op zoek hoeft naar rechthebbenden op het water waarin je zou willen vissen. Die kaart is er nu, maar om eerlijk te zijn is dat alleen een grafische weergave van de lijst met viswateren die iedereen krijgt bij een vispas, en geen kaart zoals ik die zou willen zien. Ik weet nu nog steeds niet wie de visrechten heeft op de polder waarin Ap, Harvey en ik op karper zijn gaan vissen, om maar een voorbeeld te geven.

Deze situatie heeft me lang genoeg geduurd, en ik heb besloten zelf maar een kaart te gaan maken. Het voorlopige resultaat is onderaan deze site te vinden. Door op de link "Grotere kaar weergeven" te klikken krijg je een kaart waarmee je kunt in- en uitzoomen en bijvoorbeeld ook de luchtfoto kunt bekijken. Door op een gekleurd gebied te klikken krijg je wat informatie te zien. Uiteindelijk wil ik er de volgende zaken minimaal in hebben:

- hengelsportvereniging/ visrechthebbende

- naam gebied

- eventuele andereverenigingen die machtiging hebben van visrechthebbende

Om de kaart een beetje overzichtelijk te houden heb ik besloten te werken met kleuren, maar bij nader inzien ga ik dan wel erg veel kleuren nodig hebben. De uitzondering die gaat blijven is de kleur voor water in de grote lijst van viswateren: die zal paars met een gele rand blijven.


Hieronder nog wat voorbeelden van de kaart en hoe die werkt:


Water in de Grote lijst van Viswateren




De andere "view" met het paarse vlak aangeklikt


En nog een overzicht van wat er in een dagje is ingevuld




zondag 5 oktober 2008

Gestolde waanzin

Om acht uur ging de wekker. Ik wist natuurlijk gisteravond al dat het rotweer zou gaan worden, maar ik moest het gewoon met eigen ogen zien... Het was rotweer, simpel en klaar. Een windje kracht zes, aanhoudende regen en een temperatuur die zeker vijf graden lager lag dan gisteren. Geen visweer volgens het boekje, maar ik was toch al wakker en niet vissen zou eigenlijk jammer zijn.


Vorige week hebben we een wandeling gemaakt in een polder die ik al eerder had bezocht. Op 1 januari ving ik er de eerste snoek op een ultralicht hengeltje, en ik had eigenlijk wel zin om daar nog eens te gaan vissen. Aangekomen heb ik me wel even bedacht: de wind stond in de lengte van de brede wetering, en het gemaal pompte het water precies de andere kant op. Ik kon dus alleen met de stroom meevissen, en dat betekent dat de spinner hoog gaat, terwijl hij niet al te snel draait. Tegen de wind in werpen kun je alleen doen als je niet maalt om een haak in je gezicht. Ik ben er in ieder geval na de eerste poging, waarbij ik moest bukken voor de snel terugvliegende spinner, maar niet mee verder gegaan.

Gelukkig is een wetering pas een wetering als hij dwarssloten heeft. Die zijn dan wel veel ondieper, maar ze liggen wel dwars op de hoofdwaterweg in een polder, en vandaag betekende dat dat ik met de wind in de rug de ondiepe sloten nog kon bevissen. Veel vertrouwen had ik er niet in: het water in die sloten was erg ondiep, en het leek me niet onwaarschijnlijk dat de vis met het woelige weer de diepere wetering had opgezocht.



Eigenlijk was ik dus verbaasd toen ik na een meter of 50 ineens met een vreselijk kromme vijfgrammer in mijn koude handen stond. De oude Crack 100 die ik gebruik draait het best met de anti-retour uitgeschakeld, en ik was zo onhandig om de slinger slechts lichtjes vast te houden. Pas na een paar flinke tikken van de razendsnel terugdraaiende molen op mijn vingers te hebben gekregen had ik de situatie onder controle, en ik schatte door alle geweld de vis op zeker 70, en misschien wel 80 centimeter. De snoeken zijn met veel wind en koud water duidelijk sterker dan in de zomer, want het snoekje was maar net 60 centimeter lang. Na het debacle van twee weken geleden was ik maar wat blij met deze vis.



Een tweede snoek dook een aantal worpen later ontzettend mis. Wie van mening is dat een snoek een zeer efficiënte roofvis is zou eens in ondiep water moeten gaan vissen met goed zichtbaar kunstaas. Zonder sneller of langzamer te gaan draaien moet het voor zo'n snoek toch heel makkelijk zijn om positie te kiezen en een bewegend object te vangen, zou je zeggen. Dat de snoeken in deze veenpolder niet graatmager zijn mag echter een wonder heten, want verschillende andere snoeken hebben de eerste nog geprobeerd te overtreffen wat betreft het opvallend misgrijpen.

Nummer twee had ik dan ook pas een hele tijd later. Een wat kleiner snoekje dan de eerste, maar wel met hetzelfde bravour. Hij zette zelfs zijn keel op in een poging mij te imponeren. Een baarsje maakte de dag nog compleet, en daarna was ik maar wat blij dat we thuis een verwarming hebben.

maandag 29 september 2008

goed snoekwater



Als je met meer mensen gaat vissen is het natuurlijk altijd leuk om even te kijken of het water waarin je gaat vissen ook iets op gaat leveren. We vissen dan wel niet om "de knikkers", maar het is toch leuker om wel iets te vangen dan om zonder vis te blijven. Wegens een vervelende verkoudheid kwam het er niet van om zelf te gaan kijken, maar gelukkig heeft de 's Gravenhaagse hengelsportvereniging van veel viswater beschrijvingen staan op haar website. De polders rond Reeuwijk lijken eruit te springen wat betreft de snoekstand. Tijdens een visstandonderzoek werden 45 snoeken gevangen langs slechts 2 kilometer oever. Het water waarin dat gebeurde zou vorige week het jachtgebied worden van drie lichtervissers: Ap, Harvey en ikzelf.
Harvey had alleen 's ochtends tijd, dus we begonnen al vroeg. Om acht uur waren we klaar om de mist in te gaan. Dat dat laatste nogal letterlijk genomen moest worden wisten we nog niet...

Van die 45 snoeken hebben we niets gezien, en zelfs de baarzen kwamen slechts aarzelend op de kant. De grootste vis van de dag was een verkeerd gehaakte brasem, door Harvey op de kant gebracht, en de enige snoek mocht Ap bijschrijven. Zoals altijd hebben we ons wel vermaakt, en dat is natuurlijk het belangrijkst. De foto's hieronder spreken verder voor zich.
Een vreselijk kromme hengel voor Harvey.
Het resultaat van een spannende dril.
Een prachtig getekende snoek, hij moet alleen nog een beetje groeien.

dinsdag 9 september 2008

Glass King spinhengel

Tijdens het vissen met anderen komen natuurlijk veel zaken ter sprake. De meeste daarvan hebben wel iets met onze hobby van doen. Over hengels hebben wij het bijvoorbeeld vaak. Iedere visser heeft eigen voorkeuren, en vooral verschillende ervaringen. Met Ap heb ik verschillende malen gesproken over lichte spinhengels. Ik bezit al bijna een jaar een zelfgebouwd ultralicht stokje. Dat hengeltje heeft bepaalde pluspunten, zoals zijn strakheid, laag eigen gewicht en geringe lengte, maar dat laatste pluspunt is tegelijk een aardig nadeel gebleken. Een pluspunt is het omdat je heel nauwkeurig kunt werpen over niet al te grote afstanden, en een nadeel omdat het zetten van een haak, zeker als een snoek de spinner eens greep, niet met de benodigde kracht kon gebeuren.

Twee broertjes, met heel verschillende eigenschappen.

Zowel door Ap als door andere lichtervissers werd mij aangeraden eens te gaan zoeken naar een vijfgrammer, bij voorkeur één van glasvezel. Die zijn nog gewoon nieuw te krijgen bij Fair Play, maar helaas gaan die mijn budget iets te boven. Gelukkig heb ik niets tegen oudere, goed gebruikte hengels. Een zoektocht van een paar weken leverde mij uiteindelijk een mogelijke vijfgrammer op. Arjen, amateurarcheoloog en karpervisser uit de buurt van Zaandam had een hele collectie oude hengels, gebouwd door Jan Schreiner, op Marktplaats gezet. Dit waren deels hengels die al onder de naam Fair Play werden verkocht, en deels hengels die nog iets ouder waren.

Arjen had twee vijfgrammers in de aanbieding, waarvan Ap er al één gekocht had toen ik langs ging om het aanbod te bekijken. Twijfelen heb ik niet gedaan. De hengel zag er nog heel best uit, en er viel zeker nog mee te vissen. Met zijn lengte van bijna 1 meter 70 is het ding, in vergelijking met mijn zelfbouwertje erg lang. Het lijkt erop dat er vele kilometers nylon door de geleideogen zijn gegaan, iets waar ik altijd even bij stilsta als ik een "nieuwe" gebruikte hengel vasthoud.

Misschien wel het leukst vind ik dat het hengeltje gebouwd is op basis van een Conolon blank. Mijn eigenbouwertje is ook op zo'n soort blankje afgebouwd, alleen is dat iets korter, en daardoor wat minder "zwabberig". Dat is ook het grootste verschil: mijn zelfgebouwde hengel is heel snel van actie, terwijl de Schreiner veel rustiger is. Dat wordt deels dus veroorzaakt door de extra lengte, en de daarmee gepaard gaande hogere massa van de blank zelf (denk maar aan een stuk staaldraad. Een kort stukje is heel stijf, maar een stuk van 20 meter lang gaat gaat zich bijna als touw gedragen). Een ander deel van die tragere actie is te wijten aan de afbouw: een bus, wat zwaardere hardverchroomde ogen en sierwikkelingen zorgen ook dat de massa van het geheel wat toeneemt, en daarmee de traagheid dus ook. Een leuk stukje over de vroegere glasvezelhengels die Jan bouwde is te vinden in één van de boekjes die hij eind zestiger jaren schreef. Hij beschrijft een trucje om een glasvezelblankje, zijn eerste, wat minder topactie te geven, zonder daarover in details te treden. Het trucje is bij nader inzien best goed te zien: Het topoog van deze hengel is naar verhouding heel klein, wat ervoor zorgt dat de overdreven topactie er inderdaad een beetje uit is.

Aan beide kanten water.

Gistermiddag had ik vrij, en natuurlijk moest de Glass King mee. Een poldertje net ten noorden van Gouda zou mijn jachtgebied worden. De weersvoorspelling was prima: het zou droog worden, met weinig wind bovendien. Bij het KNMI moet iemand iets aan zijn ogen doen geloof ik, want droog was het eigenlijk pas laat in de middag, en het waaide hard genoeg om echt op te moeten passen op sommige gladde kantjes. Gelukkig is deze polder gelegen rond een heel oud winterdijkje. Langs beide kanten van het drie meter brede weggetje ligt water, en het is dan ook mogelijk om bijna altijd wel met de wind in de rug te vissen. Secuur werpen kun je dan alsnog wel vergeten, maar ver werpen is geen echt probleem meer.

Uitzicht op één van de vele zijsloten.

Omdat het zo onstuimig was heb ik de grootste spinner die nog redelijk te vissen is op een vijfgrammer gemonteerd. Een echt minispinnertje zou verloren zijn gegaan in het klotsende water. Tot mijn grote vreugde was het water, op enkele plompenbedden na, plantvrij, en nog vrij diep bovendien. Daardoor kon ik veel worpen maken en zoeken naar de snoeken, die hier ongetwijfeld in redelijke hoeveelheden zullen voorkomen. Ik was nog net niet uit mijn hemd gewaaid toen mijn spinnertje gegrepen werd door een snoek van redelijke afmetingen. Het werd een traag gevecht, waarbij het oude glasvezel deed waarom het zo geroemd wordt: meebuigen. De snoek op zijn beurt zocht zijn heenkomen in de plompen voor mijn voeten, waardoor hij, zonder echt moe te worden, telkens net buiten mijn bereik bleef. Alles verliep heerlijk rustig, en na een aantal minuten lag een prachtige snoek van 67 centimeter op de kant. Geen echte krokodil misschien, maar het spektakel maakte alles goed.

Een prachtige snoek, echt een mooie eersteling .

Bij een bruggetje stond nogal wat stroming: een gemaaltje was een deel van de inhoud van de polder de Gouwe aan het inpompen. Dit was nou echt een typische baarsplek, met paaltjes, beton en afwisselend snel en langzaam stromend water. Met de grote spinner ging het al heel aardig: bijna iedere worp leverde een aanbeet op. Toen ik een kleiner spinnertje monteerde werden die aanbeten ook verzilverd, en met acht baarsjes in een kwartier mocht ik helemaal niet klagen.

De baarzen waren ook van de partij.

Het laatste uurtje heb ik in Gouda doorgebracht, waar het veel minder hard waaide, maar waar ook de activiteit van vissen wat minder was. Een tweetal baarzen werd nog aan de score toegevoegd, en net toen ik wilde stoppen verspeelde ik een aardige snoek op een ietwat stomme manier. Ik dacht dat ik vuil gehaakt had, en ik was al blij dat dat vuil meegaf. Pas toen het vuil terugzwom zag ik mijn fout in: niet slaan kan je vis kosten. Een prachtige snoek, wat groter dan de vis die ik wel ving, rolde even om zijn as. Het spinnertje was gelost, en de snoek heb ik niet meer gezien. Jammer, maar wel bemoedigend. Kennelijk is ook hier grotere snoek te vangen.

Een broekbosje met voldoende verstopplaatsen voor roofvissen.

De Glass King is een prima hengel, voor snoek veel beter geschikt dan mijn zelfgebouwde hengel. Die zal ik echter niet afdanken, omdat het vissen op polderbaarsjes met een vijfgrammer gewoon niet echt veel sport oplevert.

donderdag 4 september 2008

Karpervissen - Jan de Winter


Voor een hele generatie karpervissers bestaat er eigenlijk maar één karperboek: Karpervissen, van Jan Baptiste de Winter. De eerste druk ervan kwam uit in 1969, en een behoorlijk herziene druk zag het licht in 1979. Mijn eigen exemplaar behoort tot die laatste druk. Ik kreeg het cadeau van de hengelsportwinkelier bij wie ik op dertienjarige leeftijd mijn eerste karperhengel kocht. Het boek was toen al elf jaar oud, en ik vermoed een beetje dat het een echte winkeldochter was.

Over dit boek schrijven is een beetje lastig. Er is al ontzettend veel over het boek verteld, evenals over De Winter, en het lijkt me daarom niet nodig een opsomming van de inhoud te geven. Wat mij veel leuker lijkt is opschrijven wat ik aan het boek gehad heb en welk gevoel het lezen ervan bij mij teweeg brengt.

Jan neemt de onervaren visser bijna mee naar de waterkant. Hij vertelt verhalen, afgewisseld met informatie over systemen en wetenswaardigheden over de vis en zijn natuurlijke leefomgeving. Het boek begint echter klassiek, met een beschrijving van de biologie van de karper, en een uiteenzetting van de ideeën die Jan had over de wenselijkheid van het kweken van "verbeterde" karpers. Binnen de Karperstudiegroep Nederland, opgericht door een klein aantal fanatieke karpervissers, waaronder De Winter zelf, was in de beginjaren veel strijd omtrent dat punt. Jan en verschillende gelijkgestemden waren van mening dat de enige "echte" karper de in Noord-Holland veel voorkomende boerenkarper was, terwijl anderen vonden dat er vooral veel snel groeiende karper moest worden uitgezet. Echt gezellig was dat allemaal niet, en het is waarschijnlijk dat Jan onder andere deze ruzies bedoelt wanneer hij in het voorwoord van de tweede druk schrijft dat hij een tijdlang niet echt met vissen bezig is geweest. Onbewust heeft deze discussie ook mij beïnvloed. Ik heb lange tijd geen andere karperfoto's gezien dan die welke afgedrukt stonden in Karpervissen, 200 karpertips en andere literatuur uit die periode. Het is dan ook niet vreemd dat ik liever een slanke snelle schubkarper zie, dan een uitgezakt zoetwatervarkentje.

Het hoofdstuk over hengels heb ik vaak, heel vaak doorgelezen. Zoals gezegd kreeg ik het boek cadeau toen ik mijn eerste hengel kocht, en ik denk dat ik bevestiging zocht. Mijn hengel moest natuurlijk wel voldoen aan de eisen die door de Grote Namen van toen werden gesteld aan het materiaal. Later heb ik het vooral gelezen als een soort historisch werk: omdat De Winter best diep ingaat op de eigenschappen die volgens hem een karperhengel moest hebben weet je ook wat toen de staat van de techniek op hengelbouwgebied was. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een lang verhaal over de totstandkoming van een tweetal hengels: de Nico de Boer en de Jan de Winter karperhengels. Niet zonder trots vermeldt Jan dat dat heel goede hengels zijn, misschien wel de beste die ooit uit glasvezel gemaakt zijn. Meer dan tien jaar nadat ik het boek voor het eerst opensloeg kreeg ik een Nico de Boer karperhengel in mijn bezit, en hoewel ik moet zeggen dat sommige pluspunten enigszins overdreven waren, is dit wel de hengel waarnaar ik het vaakst grijp. Verder is het verhaal over Dirk de Vries, onze eigen pionier, na vele malen herlezen nog steeds bijzonder boeiend.

"Enige vangsten" was mijn volgende favoriete hoofdstuk. In beginsel las ik het in de hoop te leren hoe het moest, en terugkijkend denk ik dat juist dit hoofdstuk mij als visser het meest gevormd heeft. Inmiddels kan ik het met herkenning lezen. Vele karpers verder heb ik mijn eigen ervaringen opgedaan, waarvan sommige gelijkwaardig aan die uit de verhalen van Jan. Zijn oog voor de sfeer van het vissen, de terechte vergelijking met de jacht en de daarbijhorende gemoedstoestand zijn in dit hoofdstuk het duidelijkst te lezen. Ze worden in andere hoofdstukken wel explicieter genoemd, maar theorie over gedrag en emotie is toch moeilijker te verwerken dan het lezen van een verhaal waarin deze zaken een rol spelen.

Zonder Karpervissen was ik misschien wel een heel ander soort visser geworden. Waarschijnlijk was ik ook dan wel fanatiek en enthousiast gebleven, maar ik ben toch heel blij dat Jan mij middels zijn woorden meenam naar "zijn" boerenkarpers. Hij wist van het vissen iets magisch te maken. Ponden en centimeters spelen nauwelijks een rol, het ging hem om de beleving, het terug gaan in de natuur, in plaats van terug gaan naar die natuur, zoals hij Rousseau citeert. Het respect voor de omgeving, die iedere visser zou moeten hebben, werd door hem op alle mogelijke manieren duidelijk gemaakt. Zijn visserij was niet gekunsteld maar functioneel, en vooral gericht op het proces van goed (zowel mentaal als praktisch) vissen, in plaats van zo veel mogelijk te vangen. Ik ben Jan dan ook dankbaar. Lang heb ik gehoopt hem eens te ontmoeten, totdat mijn oog eens viel op een zinnetje in een hengelsporttijdschrift waarin werd gesproken over "wijlen Jan de Winter". Dat moment herinner ik me nog steeds. Echte idolen heb ik nooit gehad, maar Jan had ik graag een keer persoonlijk bedankt.